Hoe doe je verder?

Voedsel, water en lucht

De drie elementen die de micro-organismen nodig hebben : voedsel, water en lucht

De micro-organismen en andere diertjes hebben een goed leven in het compost en streven ernaar daar zolang mogelijk te blijven en hun taak te doen. Ze mogen dan ook niets te kort komen. Net zoals wij hebben ze drie essentiële zaken nodig: voedsel, lucht en water. Het mengen van groen en bruin materiaal is de manier bij uitstek om hen die te bezorgen. In het groene materiaal vinden de organismen voedsel en vocht. Het bruine materiaal brengt structuur in de compost en geeft vrije toegang aan de buitenlucht die rijk is aan zuurstof.

Voedsel

Vooral in groene materialen zoals groenten- en fruitresten of grasmaaisel vinden de afbraakorganismen snel energierijke producten en bouwstoffen. Het is precies omdat deze zo snel worden afgebroken dat ze als een pudding in elkaar zakken. De luchtdoorstroming wordt daardoor onmogelijk gemaakt en de boel gaat stinken. Daarom hebben we de bruine materialen toegevoegd; dennennaalden, stro, houtsnippers, twijgjes,… Wat zij aan het compost bijbrengen is belangrijk voor de bodem maar ook hun rol als verluchter is zo essentieel.

Water

Onze compostwerkertjes hebben een grote behoefte aan water! Maar hou met het volgende rekening:
• een overmaat aan water verdringt de lucht.
• planten bestaan grotendeels uit water. Na enkele dagen composteren worden die cellen beschadigd door de micro-organismen en komt het vocht vrij in het compost.
• groen materiaal bevat meestal veel voedingselementen dat de ontwikkeling van de micro-organismen en van warmte stimuleert. Door de temperatuurstijging verdampt vocht. In vaten met veel keukenafval zal dit de aanwezigheid van te veel vocht compenseren. Bij een compostbak waarin vooral tuinafval wordt verwerkt, kan dit tot uitdroging leiden.
• eens je compost aan het werk is en het materiaal half verteerd, kan je door middel van de vuisttest (zie verder) de vochtigheid en de structuur ervan bepalen.
• een compostvat standaard over een deksel beschikt.
Opgelet: leg nooit een plaat of plastic rechtstreeks op de compost. Het verdampende vocht uit het midden van de compost condenseert tegen dit oppervlak en wordt opnieuw opgenomen, maar enkel door de bovenste laag compost.


De vuisttest – voor het bepalen van het vochtgehalte van het compost
Neem een hoeveelheid compost in je hand en pers het samen in je vuist.
Knijp stevig. Er kunnen nu drie zaken gebeuren.
1. Tijdens het samenpersen knijp je de massa tussen je vingers naar buiten. Het materiaal is dan duidelijk te nat. Maar vooral, er zit te weinig structuurmateriaal tussen. Bruin materiaal toevoegen is de boodschap.
2. Tijdens het samenpersen zie je geen of hooguit een paar waterdruppels tussen je vingers verschijnen. Met een beetje ervaring en begrip van het composteringsproces zal je leren hoeveel druppels dat best zijn. Om je een idee te geven:
• Je ziet geen vocht verschijnen: het compost is eerder droog. Geen probleem bij (bijna) verteerde compost, anders zal je waarschijnlijk water moeten toevoegen.
• Je ziet enkele druppels verschijnen: je compost is vrij vochtig. Als je nog moet omzetten en een temperatuursstijging verwacht, is er geen probleem.
• Je kan meer dan een paar druppels water uit je compost persen: je compost is behoorlijk nat. Extra bruin materiaal, een extra omzetbeurt en áfdekken zijn de boodschap.
Wanneer je je vuist opent, blijft het compost in een samengeperste bal op je hand liggen maar je kan die gemakkelijk in enkele kleinere stukken verbrokkelen. In dit geval is ook de structuur van je compost in orde.
3. Tijdens het persen zie je geen druppel vocht verschijnen en wanneer je je hand opent, volstaat een lichte druk op de compost om deze volledig te laten openvallen. Je compost is te droog. Voeg water toe of – bij het begin van het verteringsproces - extra groen materiaal.
Gaat het om afgewerkte gebruiksklare compost, dan mag die best droog zijn.

Lucht
Compost waar geen lucht bij kan, verstikt. Composteren is bij uitstek een aëroob proces. Zuurstof is absoluut noodzakelijk. Kan er geen zuurstof binnendringen in het composterend materiaal, dan schakelen de (overlevende) organismen over op andere (onvolledige) afbraakprocessen. Het resultaat: stank. Hieruit kan je meteen de vaste regel afleiden dat bij composteren stank gelijk staat aan te weinig lucht en te veel water. De oplossing bestaat er dus in extra bruin materiaal toe te voegen, zo snel mogelijk om te zetten en de beluchtingsstok vaker te gebruiken (bij het vat).

Warmte, die komt vanzelf!
Je merkt snel als je het de compostorganismen naar de zin hebt gemaakt:
• het compostvolume zakt zienderogen;
• er treedt geen stank of onaangename geur op;
de temperatuur in de compost stijgt. Hoeveel? Zeker een paar graden. Zelfs in ‘koude’ compost is het vijf tot tien graden warmer dan buiten. Maar is het materiaal vers, de buitentemperatuur niet té laag, het volume compost niet te klein en zijn de beluchting en vochtigheid optimaal, dan kan de temperatuur in de compost meerdere tientallen graden stijgen tot zelfs 50°C en meer. De wormen overleven deze hoge temperaturen niet. Ze vluchten naar koelere oorden of gaan dood en worden mee verteerd. Later, wanneer de temperatuur opnieuw daalt, komen de wormen terug en vinden het lekkere, zachte, voorverteerde voedsel waar ze zo van houden.

Oogsten

Zo ga je tewerk:
• Schud vanuit enkele staanplaatsen even aan de romp van het vat zodat de inhoud ervan los komt.
• Trek het conische vat moeiteloos over de compost naar omhoog en zet het opzij. Ben je eerder klein van gestalte, dan kan je je even laten helpen, maar moeilijk of zwaar is het niet.
• Wees niet bang dat de inhoud uit elkaar valt. Alles zal mooi rechtop blijven staan.
• Observeer de verschillende lagen. Bemerk hoe het krioelt van wormen en andere organismen in de laag halfverteerde compost.
• Schep met een riek laag per laag - eerst het verse afval, vervolgens het halfverteerde materiaal - weg en leg het naast het vat. Staat je vat naast het gazon, leg daar dan eerst een plastic zeil op.
• Gebruik je je vat al meerdere jaren of heb je het enkele maanden voordien al eens omgezet, dan zal de onderste laag bestaan uit verteerde compost. Leg deze opzij onder een afdak. Laat de wind vrij spel, maar beschut de compost tegen de regen. Zo rijpt de compost na en droogt hij verder. Daarna kan je hem in de tuin gebruiken.
• Reinig de bodemplaat. Maak de gaatjes en de groeven vrij.

• Herschik zonodig de ondersteunende stenen.
• Herbegin de opbouw: bodemplaat, vat erop, 10 cm grof structuurmateriaal.
• Meng het verse en halfverteerde materiaal dat je net uit het vat haalde stevig onder elkaar. Je kan gerust nog extra verse keuken- en tuinresten toevoegen.
• Voer op verschillende plaatsen in het materiaal de knijptest uit. Voeg droog materiaal toe als de inhoud te nat is. Te droog materiaal besprenkel je met water.
• Vul het vat opnieuw. Begin weer met een laag snippers of grof snoeihout op de bodem. Ongetwijfeld zal je door het beluchten en toevoegen van materiaal meer volume hebben dan de inhoud van het vat. Niet getreurd, als gevolg van het beluchten en mengen heb je het afbraakproces zodanig versneld dat na enkele dagen het volume in het vat zoveel is gezakt dat er opnieuw heel wat bijkan.
• Ga enkele dagen na het omzetten eens een kijkje nemen. Je zal zien dat het volume al aanzienlijk is verminderd én dat de temperatuur behoorlijk is gestegen. Misschien zelfs zo hoog dat je er je hand niet kan inhouden.
• Over enkele maanden is dit de compost die je bij de volgende omzetting zal oogsten.
Ondertussen zal er weer een behoorlijk pak halfverteerd en vers materiaal op liggen.
• Uit een goed werkend vat dat intensief wordt gebruikt en bijgevuld, kan je op die manier tot driemaal per jaar - in het voorjaar, de zomer en het najaar - compost oogsten.

Is je compost klaar voor gebruik

De test om te weten of je compost klaar is voor gebruik, is de zaaitest met tuinkers. Tuinkers kiemt snel en is erg gevoelig voor te hoge zoutconcentratie en onrijpe compost. Neem een platte schaal die je vult met vochtige compost. Zaai een gekend aantal zaadjes. Tel na enkele dagen het aantal kiemplantjes. Zaai een gelijk aantal zaadjes in een schaal met tuingrond. Vergelijk het resultaat. Een merkelijk lagere opkomst in de compost wijst op onrijpe compost.

Hoeveel compost gebruiken?

ecowerflogoEcowerf heeft op zijn website een geweldig hulpmiddel om ons te helpen bij het bepalen hoeveel compost te gebruiken bij tuinaanleg, onderhoud van moestuin, grasperk, fruitbomen, ... we hergebruiken die oplossing liever ...  klik hier

Gezeefde of ongezeefde compost

Of je de compost vóór gebruik zeeft of niet, hangt af van de grofheid van het ingangsmateriaal, van het gebruik dat je van de compost wil maken en vooral van je eigen appreciatie. Het grofste hout kan je meestal gewoon manueel uit de compost halen tijdens het openspreiden in de tuin. Onvolledig verteerde perzikpitten, doppen van noten of stukjes hout van pakweg een pink dik versterken het mulcheffect van je compost. Ze beschermen de bodem en het bodemleven tegen uitdrogen en tegen slagregen. Zal je de compost oppervlakkig in de bodem inwerken of voor de bereiding van potgrond gebruiken, dan kan je beter zeven. Hoe fijner de zeef, hoe fijner de compost. Een zeef met een maaswijdte van 2 cm levert compost op met nog kleine stukjes hout. Hij is best geschikt als bodembedekking. Kies voor een maaswijdte van 1 cm als je je compost oppervlakkig wil inwerken of gebruiken voor potgrond.

Hoe compost gebruiken

Potgrond: Plant je bloemen in een mengsel van één deel compost en twee delen gewone tuinaarde.
Gras: Werk bij de aanleg van je gazon 15 tot 25 liter rijpe uitgezeefde compost in per vierkante meter. Wil je een weelderig groeiend gazon, strooi er dan jaarlijks een fijn laagje compost over en werk het met de achterkant van een rakel in tussen het gras. Vergeet niet dat een bemest gazon ook meer grasmaaisel oplevert.
Bomen, struiken en vaste planten: Vul het plantgat met een mengsel van fijngezeefde, rijpe compost en tuingrond. Breng jaarlijks een laag van enkele centimeter grove halfverteerde compost aan rond iedere plant.
Moestuin: In de groentetuin ga je heel gericht bemesten. Dit doe je in functie van de grondsoort in je tuin, je teeltwisselingplan en de specifieke behoeften van iedere soort. Het ‘Handboek Ecologisch Tuinieren’ van Velt helpt je om je compost daarbij optimaal te benutten. 

Opvolgen en optimaliseren

Hou een voorraadje bruin materiaal in de omgeving van je compost: houtsnippers of dorre bladeren, stro of dennennaalden. Ideaal is dat je telkens je groen materiaal in het vat brengt – in het bijzonder keukenafval en (kleine hoeveelheden) gras, je er ook een gelijk volume bruin materiaal bij doet. Vooral in de winter is dat een goede manier van werken omdat het keukenafval zich anders dreigt op te stapelen en later wanneer het verteringsproces op gang komt, anaërobe omstandigheden en onaangename geuren het minder aangenaam zouden maken.

Gebruik één tot twee keer per week de beluchtingsstok. Steek hem zo diep mogelijk recht naar beneden in de compost, draai hem een kwartslag en trek hem er terug uit. Herhaal dit op verschillende plaatsen. De beluchtingsstok dient om “schouwen” te trekken doorheen het materiaal en de luchtcirculatie te verbeteren binnen het materiaal. Roer er niet mee door het compost. Zie je wormen mee naar boven komen bij het terugtrekken van de beluchtingsstok dan is dat meteen een teken dat je goed bezig bent. Haal je een drassige brei naar boven dat zit er iets mis. Waarschijnlijk voeg je te weinig bruin materiaal toe aan het compost.

Het toevoegen van kalk of compostversnellers is zinloos.

Jonge of uitgerijpte compost

Jonge compost die je erkent aan de aanwezigheid van halfverteerd blad, schors of stukjes stengel, levert aan het bodemleven nog heel wat voeding. Jonge compost is ideaal als bodembedekking. Het composteringsproces gaat eigenlijk verder door en stilaan zal het materiaal verder de grond indringen.

Uitgerijpte compostwordt verwerkt met grond in de tuin en met potgrond. Hoe je dat doet en in welke mate is sterk afhankelijk van de aard van de grond en de kwaliteit van het compost. De hoeveelheid compost die je op een bepaalde plek in je tuin best gebruikt is afhankelijk van de toestand van je bodem. Is je bodem humus- en voedselarm dan zal je de opgegeven doses moeten verhogen.

Het product compost

Met compost verrijken we de grond met organisch materiaal.
De in de compost aanwezige diertjes hebben door het verwerken, graven van gangen en het omploeteren van het organische materiaal een humusrijke kruimelstructuur teweeggebracht. Compost maakt kleirijke bodems lichter. Compost zorgt ervoor dat zandgronden beter water gaat vasthouden.
Compost gaat ook de zuurtegraad van de grond verbeteren en zorgt voor een gelijkmatigere temperatuur van de grond. Dit draagt bij tot betere factoren voor de ontwikkeling van de planten die in de met compost verrijkte grond terecht komen.

Test je compost

Enkele testen die je zelf kan doen.
Tijdens het composteringsproces neem je een deel compost in je hand.
Bekijk het eens goed! Als je veel leven in het materiaal ziet dan is die compost goed bezig. Je vindt springstaartjes, wormen, pissebedden, mijten maar ook witte schimmeldraden in je compost.
Hoe ruikt je compost? Een flauwe geur wijst op compost met onvoldoende zuurstof. Goede rijpe compost ruikt naar bosgrond.
Controleer de samenstelling van je compost: Zitten er nog lagen halfverteerde bladeren, grasmaaisel of van enig ander materiaal tussen? Dat wijst op de nood aan beter beluchten en aan meer omzetten.

Composteren in een bak

compostbakKies zeker voor een compostbak als je tuin groter is dan enkele honderden vierkante meter. Best is een combinatie van 3 compostbakken indien je compost van een hogere kwaliteit nastreeft. De eerste bak hoeft geen “dak”. Bij de tweede is het wenselijk. Bij de derde is het echt nodig.
Gewoonlijk worden de compostbakken met een grondoppervlakte van ongeveer 1m2 gemaakt. Alles heeft te maken met de hoeveelheid groen-, bruin- en keukenafval dat je denkt te gaan verwerken.
Meestal worden compostbakken uit plastic of betonnen elementen gebouwd. Hout oogt milieuvriendelijker, maar dat rot!